‘Het allerbelangrijkste, zeker bij jongeren, is aandacht en oprechte interesse’

Susanne Kruys

Biografisch coach, zingevingstherapeut en schrijver van het boek: ‘De biografie als medicijn’. Tevens is zij co-auteur van het boek; ‘In gesprek met jong volwassenen’ (verwacht) en medeoprichter van ‘Square of Life’, een bureau wat o.a. coaching en opleidingen verzorgt aan de hand van het levensverhaal. Daarnaast zat Susanne zes jaar in de cliëntenraad van een GGZ instelling voor kinderen en jongeren.

Het was een warme zomernacht, ik was een jaar of negen en ik mocht met mijn zus en broer in de tuin slapen. Gewoon met een matje en slaapzak in het gras. Ik keek naar dat enorme universum, die eindeloze sterrenhemel en vroeg mij af hoe dit allemaal was ontstaan; niet alleen die sterren maar ook ‘ik’. Wie ben ik en wat doe ik hier? Dit alles overweldigde me zo dat ik naar binnen ben gegaan om in de beschutting van mijn eigen kamer in mijn bedje te gaan slapen.

Ik ben altijd geïnteresseerd geweest in de zin van het bestaan, maar ik vond het ook eng om die diepte in te gaan. Lange tijd hield ik mij bezig met de uiterlijke kanten van het leven. Ik ging werken in de mode industrie en richtte een eigen kledingmerk op.

Dat is ook wat je mooi kunt terugzien in een biografie, in een levensverhaal, dat mensen eerst allerlei omweggetjes nemen, die allemaal ergens toedienen, om uiteindelijk op een pad te komen dat wezenlijk aansluit bij wie ze zijn.

Ik had een goedlopend bedrijf, een ogenschijnlijk prachtig gezin, mooi huis, alles goed voor elkaar en toch wrikte er iets van binnen. Ik voelde dat er nog een stap te maken was. Uiteindelijk ben ik gestopt met mijn bedrijf en ben ik weer gaan studeren. Ik begon met een opleiding aan de Hogeschool voor Geesteswetenschappen en volgde daarna de vierjarige opleiding tot ‘Biografisch coach’.

‘Ik zag hoe weinig aandacht er was voor haar persoonlijke verhaal achter de ziekteverschijnselen.’

Toen ik dit pad eenmaal ging bewandelen, gingen ook andere zaken schuiven. Mijn man en ik gingen na 25 jaar huwelijk uit elkaar en tegelijkertijd werd mijn jongste dochter van 11 met een angst en dwangstoornis opgenomen in de kinder- en jeugdpsychiatrie. Zo kwam ik in de GGZ terecht. Ik zag hoe weinig aandacht er daar was voor haar persoonlijke verhaal achter de ziekteverschijnselen. Ja, en toen begon alles langzaam op zijn plek te vallen.

Toen ik daar in de zorg rondliep zeiden mensen: ‘Een biografisch coach? Wat is dat?’ En als ik dat dan uitlegde zeiden ze: ‘O, bedoel je dat met ‘biografie’; het levensverhaal? Maar daar werken wij al mee, hoor.’  Klopt, maar je kunt er op heel veel manieren mee werken. En over het algemeen is de toepassing ervan binnen de zorg vrij beperkt.

Als biografisch coach kijk ik naar de ontwikkeling vanuit verschillende levensfases. Elke fase vraag ik uit op vier dimensies: fysiek, sociaal, psychisch en spiritueel.

Fysiek gaat over je tastbare kenmerken. Over de letterlijke plek die je inneemt en de spullen waarmee je je omringt. Hoe voelt dat lichaam? Waar zit je adem? Vaak hebben mensen, ook kinderen en jongeren, heel weinig bewustzijn op deze dimensie.

‘Familiepatronen kunnen generaties teruggaan; in hoeverre beïnvloeden zij iemand op dit moment?

De sociale dimensie gaat over hoe je bijvoorbeeld omgaat met je vrienden en uit wat voor een gezin je komt. Je familie vormt je natuurlijk sterk. Daar zitten allerlei patronen in. Zo kan er binnen een familie de overtuiging heersen dat je zelf je broek moet ophouden, waardoor iemand het moeilijk vindt om hulp te vragen. Familiepatronen kunnen generaties teruggaan; in hoeverre beïnvloeden zij iemand op dit moment?

De psychische dimensie is het rijk van de ziel, dat gaat over je diepste verlangens en wensen. Wat wil je? Een jongere weet dit vaak nog niet precies, maar je kan het uitvragen door vragen als: ‘Wie zijn je idolen? Wat vond je als kind leuk om te doen en wat wilde je toen worden?’ Ook is het interessant om te kijken naar waar iemand altijd ‘ja’ op zegt en waar altijd ‘nee’. Zo kom je op het spoor van waar iemand op aangaat of juist op afhaakt en waarom.

Met name in de middelbare schooltijd wordt veel zichtbaar. Lichamelijke en psychische klachten komen vaak hier voor het eerst aan het licht. Achter die klachten zitten regelmatig angsten en zingevingsproblemen; wat doe ik er eigenlijk toe? Dus het is zaak om daar op die leeftijd, veel meer aandacht aan te schenken. Door meer aandacht voor het persoonlijke verhaal kun je op latere leeftijd erger voorkomen.

Het spirituele vlak gaat over het ‘ik’ waarmee je richting en betekenis geeft aan je leven. Het is jouw unieke ‘ik’ waarmee je keuzes maakt en beslissingen neemt. Hoe doe je dat? Wat is werkelijk van waarde voor je? Hoe bewuster je keuzes maakt, hoe meer sturing je geeft aan je eigen verhaal.

‘Iemand als het ware tevoorschijn luisteren.’

Jongeren komen bij ons binnen met bijvoorbeeld buikpijn, hoofdpijn, hebben last van hun rug, zijn vaak moe, angstig of ontzettend opstandig; dat is weer een andere vorm. Door de klachten heel goed uit te vragen, herken je daarin onderliggende levensthema’s.

Een heel belangrijk levensthema is: niet gezien worden. Maar er zijn ook andere bekende thema’s zoals al jong een bepaalde rol op je moeten nemen, onderdrukt worden, eenzaamheid of afwijzing. En onder elk thema zitten emoties verscholen zoals verdriet, boosheid en frustratie over wat er is gebeurd of in welke rol ze zijn geduwd.  

Wij helen door te gaan kijken; wanneer is het verhaal van jouw klacht precies begonnen? En waar gaat het eigenlijk over? Dan kun je namelijk aan de oorzaak gaan werken.

Een jongere kan dan bijvoorbeeld een bepaalde tegenslag in de grote lijn van zijn levensverhaal plaatsen en zien: ‘O, wacht eens even, dat was een oproep tot!’ Of iemand die altijd hoofdpijn heeft, gaat zichzelf de vraag stellen: ‘Hoe maak ik meer tijd voor mezelf ?’ Zo iemand is zich er dan bijvoorbeeld van bewust geworden, dat ie altijd opgeslorpt wordt door de buitenwereld en daardoor constant rusteloos is en chronisch oververmoeid.

‘Op het moment dat jij hem gaat vertellen hoe het zit of wat ie moet doen, dan gaat het meestal niet lukken.’

Als iemand zichzelf echt wil omvormen, en dat is vaak nodig om van klachten af te komen, dan moet iemand daar aan toe zijn. Op het moment dat jij hem gaat vertellen hoe het zit of wat ie moet doen, dan gaat het meestal niet lukken. Simpelweg omdat de intrinsieke motivatie ontbreekt. Een jongere moet zelf zijn verhaal doorwerken, zelf op het spoor komen waar het over gaat, pas dan kan er een stap in de ontwikkeling gezet worden.

Sinds ik in de zorg heb rondgelopen, ben ik erg terughoudend in het etiketjes plakken middels diagnostisering. Wij zeggen: mensen zijn allemaal uniek, dus jij mag je eigen diagnose stellen. Door jouw unieke verhaal in beeld te brengen, leer je jezelf beter kennen en kun je zelf ontdekken waar jouw leven over gaat. 

Ik heb hulpverleners gesproken die zeiden: ‘Nou, ik hoop niet dat ze vragen gaan stellen, want daar heb ik geen tijd voor.’ Ze hebben het zo druk met het volgen van de protocollen dat ze vaak niet de tijd hebben om werkelijk een gesprek aan te gaan. Er moet zoveel worden afgewerkt, er zijn testen, lijsten, vergaderingen. Ik chargeer een beetje, maar zo is het wel. En begrijp me niet verkeerd, het ligt niet aan de zorgmedewerkers zelf, die doen hartstikke hun best, maar het systeem is erg beperkend.

‘Iedereen heeft het over zelfregie en eigen verantwoordelijkheid, alsof het een pakketje is dat je zo over de schutting kan gooien.’

Iedereen heeft het over zelfregie en eigen verantwoordelijkheid, alsof het een pakketje is dat je zo over de schutting kan gooien. Maar als je niet weet wie je bent, hoe kun je dan in godsnaam regie over jezelf nemen?! Dat moet je ontdekken en daar kan je in begeleid worden.

Dan wil je niet dat er iemand tegenover je zit die zegt: ‘Je hebt die en die diagnose en dat en dat is de oplossing.’ Nee, je wilt dat diegene luistert naar jouw behoefte en vraagt wat jij nodig hebt. Een diagnose is ziektegericht en kijkt niet naar de mens erachter, terwijl wij denken dat je vooral het gezonde deel van iemand moet aanspreken. Alleen vanuit dat gezonde deel is zelfregie mogelijk.

Nog zoiets; in de zorg hebben ze vaak TL verlichting. Nou, als er iets slecht is voor gevoelige mensen… Ik heb heel lang in de cliëntenraad gezeten van de instelling waar mijn dochter was opgenomen. En dan zat ik in zo’n ruimte waar ik zelf al niet goed van werd, laat staan de opgenomen jongeren: kaal, weinig groen, geen daglicht. Het zijn regels voor beginners, maar als je in de zorg kijkt hoe een gemiddelde ruimte er uitziet; daar word je niet blij van.

Het moment dat het echt beter ging met mijn dochter was toen ze met een ervaringsdeskundige ging werken. Iemand die dus ook aan de andere kant van de streep had gezeten. Pas toen voelde ze zich echt gehoord. Die begreep haar op het diepste niveau. Dat was de eerste stap naar haar herstel.

Een mooie uitspraak is: ‘Als je niet weet waar je vandaan komt, dan weet je ook niet waar je naar toe moet.’ Wij gebruiken het verleden om te ontdekken wat voor stappen je in het heden kan zetten. Wij coachen aan de hand van het levensverhaal.

Tip van Susanne:

Werkelijke aandacht voor de ander, luisteren, vragen stellen, daar begint het mee. Ik spreek regelmatig zorgprofessionals die zeggen: ‘Ja maar dat doe ik al’. Iemand zei zelfs: ‘Wat zouden jullie mij nog kunnen leren?’ Hij begon toch aan onze opleiding en zei achteraf: ‘Pas nu zie ik hoe ongelofelijk snel ik in een gesprek ga analyseren en interpreteren’. Echt oordeelvrij luisteren, je mond houden, stiltes laten vallen, iemand tevoorschijn luisteren, iemand helpen zijn eigen antwoorden op het spoor te komen, goeie vragen stellen… Dat is een hele kunst. En die kun je dus leren.

MEER INFORMATIE

Deel het verhaal van

Susanne Kruys

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on email
Share on whatsapp